Partners

Wingrow

Baas icc

Twitter

Bezoeken vandaag:27
Bezoekers dit jaar:10181
Bemesting
Gebreksverschijnselen waar in een plant

 
Basis gift Ammonium nitraat of ureum

 

In de mat een HCO3 cijfer van                  1,5          1,0          0,5          >0,5  mmol

 

Ammonium nitraat         liters                     12            8              4               0

Ureum                              kilo’s                      6             4              2               0       

 

 
Ureum
Ureum is een stikstofrijke organische meststof die oplost in molecuul vorm. Het geeft daarom geen meetbare EC verhoging. Afhankelijk van temperatuur en vochtgehalte vindt er een geleidelijke omzetting plaats in het substraat waarbij ammonium vrijkomt (zie de vereenvoudigde onderstaande formule). Vanwege de  geleidelijkheid is
deze ammonium in de hele mat beschikbaak voor de wortels en vindt de pH-daling bij gebruik van ureum door de
hele mat plaats. Voorzichtigheid is geboden vanwege het moeilijk controleerbaar na-ijl effect. In de praktijk wordt maximaal 2 tot 3 kg ureum per 100 m3 voedingsoplossing. Meegeven om de pH in het substraat te verlagen. Omzetting ureum in de mat:CO(NH2)2 + 2H2O + 2NH4+ + CO3 2-
Conclusie: Door onbekendheid met de achtergronden van de pH wordt dit sturingsmiddel in de substraat teelt nog onvoldoende benut. achtergrond kennis en een goed meetprotocol vormen de basis om hier verandering in te brengen
 
Ammoniumnitraat
Ammoniumnitraat valt in oplossing uiteen in NH4+ en NO3-. De plant kan stikstof in beide vormen opnemen  Bij opname van NH4+ staat de plant een H+ ion af, waardoor de pH in het substraat daalt. NH4+ is zeer gemakkelijk opneembaar wat vooral plaatsvindt rond de druppelaar direct onder het blok. Een hoge ammonium gift kan ongecontroleerde en ongewenste pH dalingen tot gevolg hebben. Verhoog de gift daarom altijd geleidelijk.
De concentratie ammoniumnitraat in het druppelwater mag maximaal 1,25 mmol/liter zijn, afhankelijk van de aanwezigheid van bicarbonaat (HCO3 - 0,2 - 0,5 mmol/liter). Wees daarom extra voorzichtig bij gebruik van zuiver regenwater of osmose water. Een hoge concentratie ammoniumnitraat kan ook de opname van belangrijke voedingselementen zoals calcium belemmeren.
 
 

 

 
Relatie Magnesium – Calcium

 

Magnesium (Mg),
Mobiel medium macro-element. Noodzakelijk voor de chlorofyl productie. Verder helpt het bij de proteïne formatie, stelt de plant-pH bij en is nodig bij het gebruik van andere voeding elementen.

Overmaat: Overmaat beperkt de calcium opname waardoor de symptomen van calcium gebrek optreden.

Gebrek: Gebrek geeft gekromd blad te zien, vermindering van de groei en chlorosis (kleurloos-heid) langs de bladranden of tussen de bladnerven
Aantekeningen: Net als calcium wordt magnesium zelden in kunstmest aangebracht. Het kan gemak-kelijk uit het plantmedium gespoeld worden.
Men kan Mg geven in de vorm van Epsom zout (magnesium fosfaat), ca 8 gram / 10 l, iedere paar weken tijdens de groeiperiode of als Dolocal, 2 ½ gram / l plantmedium enkele malen. Bij lage water pH kan de plant slecht Mg opnemen.

Niet alleen Magnesium is belangrijk, maar ook Calcium:

Calcium (Ca),
Enigszins mobiel medium macro-element. Verhoogt de pH van het plantmedium. Nodig om celwanden te maken, helpt de plant om schadelijke zuren te neutraliseren, die als bijproduct van de plantmetabolisme ontstaan.

Overmaat: Belemmert de opname van magnesium waardoor die symptomen optreden:
chlorose in het midden van oude bladeren, licht gele verkleuring tussen de nerven of langs de bladranden, gekrulde en hol gevormde oudere bladeren, blad val.
Door de overmaat van Ca stijgt de pH tot een dergelijk hoogte dat de opname van sommige sporenelementen belemmerd wordt.

Gebrek: Meestal in de lente en zomer in de actieve groeiperiode. Een mogelijk symptoom is slechte groei, dat kan ook het gevolg zijn van bijvoorbeeld slechte wortels, hoge nacht temperaturen, of verkeerde rustperiode.
Nieuw blad kan zwarte bladpunten met een gele rand vertonen, de grootte al naar gelang de ernst van het tekort, maar dat kan ook het gevolg zijn van watergebrek of teveel kunstmest.
Knopvorming wordt belemmerd of is onvolledig. Knoppen vergelen en vallen af.
Afsterven van wortelpunten.

Overmaat aan kalium of magnesium kan Ca-tekort-symptomen te zien
geven. Bij lage pH-waarden wordt Ca aan andere elementen gebonden
en onbruikbaar voor de plant.
 Magnesium is het hart van het chlorofylmolecuul, Magnesium is betrokken bij de fotosynthese en speelt een belangrijke rol als activator van verschillende enzymen

Magnesium is betrokken bij de stofwisseling van koolhydraten en de synthese van nucleïnezuren

Magnesium beïnvloedt de verplaatsing van koolhydraten van de bladeren naar andere delen van de plant en het stimuleert ook de opname en het transport van fosfaat

 
 
Gebrek
 
Magnesiumgebrek in gewassen komt voor door of bij:
  • Hoge concentraties van andere kationen in de bodemoplossing (opname-antagonisme)
  • Ca++, K+,  NH4+, H+, Mn++, Al+++ (bij lage pH)
  • Als er regelmatig kalk gebruikt wordt met een hoge calcium- : magnesiumverhouding kan dit tot acuut magnesiumgebrek leiden
  • Factoren die de wortelgroei belemmeren
  • Bodemverdichting
  • Zuurstofgebrek
  • Ongunstige vochtgehalten of  bodemtemperaturen
 
Voornaamste Mg gebreksverschijnselen
  • Het verliezen, door de bladeren, van de gezonde groene kleur kan een eerste symptoom zijn
  • Als het gebrek ernstiger wordt,  wordt het blad tussen de nerven geel terwijl de nerven groen blijven.
  • Gespikkelde, gevlekte of omgekrulde bladeren die lijken verbrand te zijn
  • Kaliumgebrek laat ook beginnende chlorose, te beginnen bij de oudere bladeren, zien die gevolgd wordt door necrose. Bij kaliumgebrek hebben de bladeren een meer blauw-groene kleur en zijn ze meer gekruld
 
Het corrigeren van magnesiumgebrek
  • Bladbespuitingen met magnesiumchloride of met bitterzout kunnen toegepast worden in geval van acuut magnesiumgebrek
 
Magnesium in de plant
 
Magnesium (Mg) gehalten in planten
 
  • Het gehalte variëert van 0,1 – 0,6% in de droge stof, afhankelijk van gewas en groeistadium
  • Groene delen: >0,5%, tekorten treden op bij <0,2%
  • Daar magnesium, via het xyleem en floëem, tamelijk mobiel is in de plant neemt het magnesium gehalte van de top naar de oudere delen van de plant af
  • Het magnesiumgehalte neemt meestal af naarmate de afrijping nadert
 
Magnesiummobiliteit in de plant
  • Magnesiumopname t.o.v. de concentratiegradiënt ( bijv. een lager magnesiumgehalte in de bodemoplossing vergeleken met het gehalte in het cytoplasma)
  • Na de opname beweegt het magnesium zich via het xyleem omhoog, maar het kan, in tegenstelling tot calcium, gehermobiliseerd worden via het floëem van de oudere bladeren naar de jonge plantendelen.
 
Belangrijke functies in de plant
  • Magnesium maakt deel uit van het hart van het chlorofylmolecuul in het bladweefsel
  • Magnesium speelt mede een rol bij specifieke enzymsystemen en is daardoor betrokken bij:
  • ATP/ADP metabolisme
  • Fotosynthese
  • Ademhaling
  • DNA/RNA vorming
  • Eiwitsynthese
  • Tegenhanger van kalium in de osmotische druk regulering en heeft daarom invloed op de waterhuishouding van de plant
 
De magnesiumroute naar de plantenwortels
  • Via de massflow, het magnesium wordt naar de wortel getransporteerd via het bodemwater
 
Magnesiumopname en interacties
  • De magnesiumopname is gewoonlijk lager dan die van calcium door:
  • Lagere concentratie in de bodemoplossing in vergelijking met die in het cytoplasma (opname tegen de concentratie gradient in)
  • Kationen antagonisme bij de opname (Ca++, K+, NH4+, en H+, Mn++, Al+++ op zure gronden)
 
Giftigheid
  • Overmaat komt zelden voor en vormen, normaal gesproken, geen probleem voor de plant
  • Een overmaat aan magnesium drukt de calcium- en kaliumopname
 
 
 
 

 

 
Kalium

In het kader van bladpunten is Kalium een belangrijk voedingselement,                                                                                                                                   

Bijgesloten een omschrijving aangaande de functie van K+

KALIUM
Opname:
Als K+ door de wortels.
De opname van K+ gaat het gehele seizoen door, maar
is het grootst in de eerste helft van de groeiperiode.
Gehalte:
Gemiddeld 1% K+ in droge stof .
 
Plaats:
K+ wordt niet in bepaalde delen van de plant stevig ingebouwd, maar komt
los voor in de plantcellen vooral in de jonge weefsels en in de transportorganen
(xyleem en floeem).
 
Werking:
Hangt meestal samen met de invloed die K+ heeft op de werking van enzymen.
Er zijn meer dan 50 enzymen bekend die in hun werking afhankelijk zijn van K+.
K+ zorgt voor stevigheid door
1. dikkere celwanden vooral in steunweefsel
2. grotere celspanning doordat de osmotische waarde van het celvocht
door het K+ wordt verhoogd.
K+ bevordert de celstrekking van jonge cellen door de hogere osmotische
waarde van het celvocht. Daardoor ontstaan geen gedrongen maar juist forse,
krachtige planten.
K+ bevordert de weerstand tegen ziekten. Dat komt doordat K+ bepaalde
enzymen stimuleert die ervoor zorgen dat allerlei "smakelijke" stoffen snel
worden omgebouwd tot stoffen die minder aantrekkelijk zijn voor ziekteverwekkers
K+ vergroot het koolhydraatgehalte in de plant doordat het de assimilatie via
enzymen bevorderd. Bladgroenkorrels bevatten veel K+.
Het zetmeelgehalte van opslagorganen voor reservevoedsel wordt verhoogt
doordat K+ het transport van koolhydraten van de bladeren naar de wortels
bevordert.
 
Transport:
K+ is zeer beweeglijk in de plant. Dat wil zeggen dat het heel gemakkelijk van
het ene plantdeel naar het andere kan worden verplaatst. Kaliumgebrek verschijnselen
zijn dan ook het eerst te zien in de oudste delen van een plant. De
jongste plantdelen hebben een grote behoefte aan K+ en zuigen als het ware K+
wordt aangevoerd via de wortels. Dit aanzuigen gaat via het floeem.
Probleem gerimpeld en gekleurd blad. De oorzaak van dit verschijnsel is,
dat bij kaliumgebrek de strekkingsgroei van de cellen in de nerven en bladranden eerder
stopt dan de strekkingsgroei in de rest van het blad.